Rattenbestrijders zoeken naar alternatieven vanwege de beperkingen op het gebruik van rodenticiden. Ze gebruiken bijvoorbeeld een luchtbuks om ratten af te schieten. Het verkrijgen van een ontheffing hiervoor levert in Utrecht problemen op. Andere bestrijders zetten fretten in zodat de ratten tevoorschijn komen, waarna honden ze vangen en doden.
Bij het gebruik van een luchtbuks spoort de bestrijder ratten op met een warmtecamera. Met een infraroodkijker controleert hij of het daadwerkelijk om een rat gaat.
Bij de bestrijding van ratten kunnen ook fretten en honden worden ingezet. Fretten gaan het gangenstelsel in en jagen de ratten naar buiten. Daar kunnen honden de ratten opvangen. Deze werkwijze maakt gebruik van het natuurlijke jachtgedrag van de dieren en kan onderdeel zijn van de aanpak van rattenoverlast.
Jachtakte nodig in provincie Utrecht
In het verleden konden rattenbestrijders in de provincie Utrecht via een ontheffing zonder jachtakte met een luchtbuks werken. Nu is een vergunning nodig van de Faunabeheereenheid Utrecht. Om deze vergunning te krijgen, hebben bestrijders een jachtakte nodig. Voor deze jachtakte moet de aanvrager beschikken over een jachtveld van minimaal 40 hectare. Een professionele rattenbestrijder heeft geen jachtveld, maar werkt op locaties waar rattenoverlast is. Dat maakt het moeilijk om aan de voorwaarde voor een jachtakte te voldoen.
Dierenbescherming pleit voor preventie
De Dierenbescherming zet vraagtekens bij het dierenwelzijn bij deze alternatieve bestrijdingsmethoden. Volgens de organisatie is het beter om rattenoverlast zoveel mogelijk te voorkomen, bijvoorbeeld door beter om te gaan met afval.