Franse onderzoekers ontwikkelden een methode om werkzame stoffen in biociden te rangschikken. Ze richten zich op voedsel van dierlijke oorsprong, zoals melk, vlees en eieren. Ze prioriteerden de werkzame stoffen op basis van de kans dat deze in het dierlijke voedsel terecht komen, de toepassingen en de gevaarseigenschappen voor de gezondheid.

Het onderzoek is uitgevoerd door onderzoekers van het Franse kennisinstituut voor de veiligheid van voedsel, milieu en arbeid (ANSES). Veehouders en de voedingsindustrie gebruiken biociden onder andere voor desinfectie en ongediertebestrijding, wat belangrijk is voor de voedselveiligheid. Echter, hierdoor kunnen resten van stoffen uit biociden in voedingsmiddelen terechtkomen. Over de aanwezigheid en het risico van biociderestanten in voedsel is tot nu toe weinig bekend. De prioritering is nodig om te bepalen op welke stoffen het meest gecontroleerd moet worden bij voedselveiligheidscontroles.

Hoe werkt de prioritering?

De belangrijkste stap is het toekennen van prioriteit aan biocidale stoffen op basis van drie duidelijke criteria:

  1. Kans op besmetting van voedsel.
    De stoffen zijn gerangschikt op basis van de kans dat stoffen in voedsel van dierlijke oorsprong terecht kunnen komen. Dit hangt af van de manier waarop biociden worden gebruikt (de productsoort), zoals het desinfecteren van stallen of het behandelen van materialen die in contact kunnen komen met voedsel. De onderzoekers bepaalden onder andere dat bepaalde desinfectiemiddelen een hoge prioriteit kregen, middelen tegen insecten een gemiddelde prioriteit, en middelen tegen ratten en muizen een lage prioriteit.
     
  2. Regelgeving en gebruik
    Hier is beoordeeld wat de status van de goedkeuring van de stof in de EU Europese unie (Europese unie) is en in hoeveel productsoorten hij wordt gebruikt. De hoogste prioriteit geldt voor stoffen die in minimaal twee productsoorten worden gebruikt en die zijn goedgekeurd, in het beoordelingsprogramma zitten of waarvan de goedkeuring is verlopen. Stoffen die in één productsoort mogen worden gebruikt, kregen een gemiddelde prioriteit. Stoffen kregen onder andere een lage prioriteit als ze niet zijn goedgekeurd.
     
  3. Gevaar voor de gezondheid
    Er is gekeken naar de bekende toxiciteit van de stoffen en grenswaarden voor veilige dagelijkse inname (ADI of ARfD Acute Referentie Dosis (Acute Referentie Dosis)). Stoffen waarvoor geen ADI Aanvaardbare Dagelijkse Inname (Aanvaardbare Dagelijkse Inname) of ARfD bekend was, en stoffen met een lage veilige dagelijkse inname, kregen een hogere prioriteit.

Elke stof kreeg voor elk criterium een score: hoog, middel of laag. Door deze scores te combineren werden de stoffen ingedeeld in vier categorieën, van hoogste tot laagste prioriteit voor nader onderzoek.

Selectie van stoffen en analysemethoden

Uit een Europese database zijn eerst alle werkzame stoffen uit biociden geselecteerd die relevant zijn voor de dierlijke voedselketen. Daarna zijn alleen de organische stoffen meegenomen, omdat deze goed te meten zijn met gangbare analysetechnieken zoals LC-MS (vloeistofchromatografie-massaspectrometrie). 

Uiteindelijk bleven er 175 stoffen over, waarvan er 117 al met bestaande LC-MS-methoden meetbaar zijn in voedsel. Van de 175 geselecteerde stoffen vielen 9 stoffen in categorie 1 (hoogste prioriteit), 42 in categorie 2, 45 in categorie 3 en 79 in categorie 4 (laagste prioriteit).

Resultaten en aanbevelingen

De methode levert een ranglijst op van werkzame stoffen die het meest relevant zijn voor monitoring in voedsel. Sommige stoffen, zoals bepaalde quaternaire ammoniumverbindingen, komen vaker in voedsel voor en hebben een hogere prioriteit. Andere stoffen zijn mogelijk wel giftig, maar de kans dat ze in voedsel terechtkomen is klein.

Deze prioritering is een waardevol hulpmiddel voor laboratoria en toezichthouders. De onderzoekers adviseren om de lijst regelmatig te actualiseren op basis van nieuwe gegevens over gebruik, regelgeving en toxiciteit. Ook geven ze enkele beperkingen van hun onderzoek aan.

Meer informatie