De NVPB heeft een nieuwsbericht gedeeld over de bestrijding van bedwantsen. In het bericht pleit de NVPB voor meer voorlichting over bedwantsen voor particulieren. Ook pleiten ze voor nieuwe werkzame stoffen, om zo het risico van resistentie te verkleinen. 

De NVPB verwijst in haar bericht naar een Europees onderzoek van CEPA, de Europese vereniging van professionele plaagdierbestrijders, uit 2023. Uit het onderzoek blijkt dat de meeste meldingen van bedwantsen afkomstig zijn uit Zuid-Europa. Maar ook in Nederland is het aantal meldingen toegenomen.

Beperkte kennis bij het publiek

Uit het onderzoek blijkt dat professionele plaagdierbeheersers de kennis van het algemeen publiek over bedwantsen laag inschatten. Het publiek zou onvoldoende weten over de wijze waarop bedwantsen zich verspreiden en wat ze kunnen doen om besmettingen te voorkomen. De NVPB geeft aan dat gebrek aan kennis bij het algemeen publiek ook het monitoren van de verspreiding lastig maakt.

Bestrijding van bedwantsen

De CEPA-studie laat zien dat bij het aantreffen van bedwantsen in zo’n 80% van de gevallen biociden worden ingezet voor de bestrijding. Bij 63% van die behandelingen worden resistentieproblemen gemeld. Naast chemische bestrijding wordt ook thermische bestrijding ingezet, vaak gecombineerd met chemische bestrijding. De NVPB stelt dat duurzame methoden, zoals thermische bestrijding, de voorkeur hebben volgens de principes van IPM. Daarnaast geven ze aan dat er in Nederland behoefte is aan nieuwe werkzame stoffen om resistentie te voorkomen.

Meer informatie